Terugblik op het Voetgangersforum over de stappen naar een gezonde stadsontwikkeling
Bijgewerkt op: 1 dag geleden

Op donderdag 18 juni bracht Walk.Brussels een vijftigtal onderzoekers, praktijkexperts, vertegenwoordigers van instellingen en geïnteresseerden samen voor een studiedag over de verbanden tussen wandelen, publieke ruimte en gezondheid. Presentaties, een panelgesprek en gezamenlijke discussies brachten verschillende perspectieven samen en hielpen om concrete hefbomen te identificeren om van Brussel een gezondere, inclusievere en beter bewandelbare stad te maken.
De dag begon met een belangrijke vaststelling: onze gezondheid wordt voor een groot deel bepaald door onze dagelijkse leefomgeving. De kwaliteit van onze woning, de lucht, groene en publieke ruimtes, maar ook de mogelijkheden om ons actief te verplaatsen, hebben een rechtstreekse invloed op onze gezondheid en ons welzijn. Gezondheidsbevorderende stedenbouw wil deze aspecten dan ook een centrale plaats geven binnen het ruimtelijk beleid. Dat is des te belangrijker voor de meest kwetsbare groepen, die vaker worden blootgesteld aan de gevolgen van luchtvervuiling, een zittende levensstijl of een gebrek aan groene ruimte.
Tijdens zijn keynote toonde Jelle Van Cauwenberge van de École de Santé publique van de ULB aan de hand van wetenschappelijk onderzoek hoe sterk de stedelijke omgeving onze fysieke activiteit en ons wandelgedrag beïnvloedt. De nabijheid van voorzieningen, de dichtheid en verbondenheid van het netwerk, maar ook de kwaliteit en vlakheid van voetpaden, veiligheid en het onderhoud van de publieke ruimte spelen daarbij allemaal een bepalende rol. Wandelen is bovendien een bijzonder toegankelijke vorm van lichaamsbeweging: het is gemakkelijk in te passen in het dagelijks leven en heeft voordelen voor onze fysieke, mentale én sociale gezondheid. Zijn presentatie liet ook zien hoe nieuwe instrumenten, zoals virtual reality, kunnen helpen om bewoners te betrekken bij het ontwerp van toekomstige publieke ruimtes.
Het panel verbreedde deze reflectie door verschillende doelgroepen en invalshoeken aan bod te laten komen. Kirsten Bomans van het Vlaams Instituut Gezond Leven benadrukte drie belangrijke argumenten voor publieke ruimtes die fysieke activiteit stimuleren: gezondheid, sociale gelijkheid en levenskwaliteit. Anna Tinebra van Tous à Pied stelde het project Marche tes 5 minutes voor, dat onder meer aantoont hoe belangrijk wandelen en de directe leefomgeving zijn om actief ouder worden te bevorderen. Léone Drapeaud van Perspective.brussels ging in op gender mainstreaming en de noodzaak om een stad te ontwerpen die rekening houdt met uiteenlopende vormen van gebruik en verschillende behoeften op basis van gender, leeftijd of kwetsbaarheid. Frédérique Laumont van Atingo lichtte de essentiële voorwaarden voor universele toegankelijkheid toe: vlakke en stabiele ondergronden, voldoende brede doorgangen, toegankelijke oversteekplaatsen, goed geplaatst straatmeubilair en voldoende rustmogelijkheden. Tot slot stelde Virginie Limbourg van Brussel Mobiliteit een gestandaardiseerde methodologie voor om de staat van voetpaden en oversteekplaatsen te beoordelen en zo de nood aan ingrepen objectief in kaart te brengen.
De groepsgesprekken bevestigden dat er een brede consensus bestaat over de rol van wandelen als hefboom voor preventie, gezondheid en sociale samenhang. Tegelijk kwamen verschillende obstakels naar voren die ervoor zorgen dat wandelen nog onvoldoende wordt meegenomen in het stedelijk beleid. Vooral het terugdringen van de plaats van de auto blijft een gevoelig thema. De deelnemers benadrukten daarom het belang van betere communicatie over de voordelen die veranderingen in de publieke ruimte kunnen opleveren op het vlak van gezondheid, ontmoeting, veiligheid en levenskwaliteit.
Ook inclusie stond centraal in de gesprekken. De behoeften van kinderen, ouderen, personen met beperkte mobiliteit en bewoners van kwetsbare wijken moeten sterker worden meegenomen in projecten en participatieve processen. Daarbij kwamen heel concrete noden naar voren: meer zitbanken, drinkwaterpunten, openbare toiletten, schaduw, kwaliteitsvolle voetpaden en aaneengesloten wandelroutes. Vooral de zitbank werd naar voren geschoven als een echt instrument voor volksgezondheid: regelmatige rustmogelijkheden maken het voor meer mensen mogelijk om langer te wandelen.
Uit de gesprekken bleek bovendien dat toegankelijkheid, vergroening, speelsheid en ontmoeting niet als tegenstrijdige doelstellingen hoeven te worden beschouwd. Actief ontwerp, met bijvoorbeeld speelelementen, zitmogelijkheden of ingrepen die beweging stimuleren, kan helpen om deze ambities met elkaar te combineren. Meer algemeen pleitten de deelnemers ervoor om voorbij de tegenstelling tussen vervoerswijzen te kijken en de nog steeds dominante plaats van de auto in de publieke ruimte in vraag te stellen.
Tot slot werd het belang van burgerparticipatie en samenwerking tussen verschillende actoren benadrukt. Verkennende wandelingen, de Voetgangersbarometer en andere participatieve methodes zijn waardevolle instrumenten om behoeften beter in kaart te brengen en projecten samen met hun gebruikers vorm te geven. De institutionele complexiteit van Brussel blijft echter een obstakel voor een samenhangende aanpak. Dat onderstreept de nood aan een betere samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus.
Het Forum bevestigde zo dat gezondheidsbevorderende stedenbouw onlosmakelijk verbonden is met een ambitieus voetgangersbeleid. Dat gaat verder dan kwaliteitsvolle voetpaden alleen: ook nabijheid, veiligheid, toegankelijkheid, vergroening, ontmoeting en een evenwichtige verdeling van de publieke ruimte spelen een essentiële rol. Voor Walk.Brussels versterkte deze dag de overtuiging dat wandelen een belangrijke hefboom is om te bouwen aan een gezonder, inclusiever en aangenamer Brussel.
Meer weten?
Wil je alle inzichten, conclusies en aanbevelingen van de studiedag ontdekken?


