Waarom data er toe doet (en hoe jij kan helpen)
De standaard voetganger bestaat niet
In de strijd voor inclusieve mobiliteit en publieke ruimte staat data centraal. Of zoals de feministisch geograaf Joni Seager het ooit treffend samenvatte: “what gets counted counts.” Enkel wat we tellen, telt ook mee.
Al decennialang wijzen onderzoekers en activisten erop dat onze samenleving, en dus ook ons mobiliteitsbeleid en onze publieke ruimte, grotendeels ontworpen is vanuit de mannelijke norm.
Neem het openbaar vervoer: een ticket kost vaak evenveel voor twee haltes als voor twintig, terwijl vrouwen gemiddeld kortere maar frequentere verplaatsingen maken, bijvoorbeeld door werk, boodschappen, school en zorg te combineren. Dit fenomeen staat bekend als trip chaining.

© Roland Berger
Of kijk naar voetpaden. Die zijn vaak te smal voor een gezin met kinderwagen en een kind aan de hand. En wanneer er sneeuw valt, gaat de focus naar het snel vrijmaken van de grote autobanen voor klassiek woon-werkverkeer. Dit terwijl de voetpaden en kleinere straatjes naar de school, winkel, of openbaar vervoer halte er ijzig bij blijven liggen. Het gevolg? Vrouwen - die nog steeds disproportioneel veel zorgtaken opnemen - zijn veel vaker het slachtoffer van een winters valincident.
Dit zijn zelden bewust discriminerende keuzes, maar eerder het gevolg van beperkte vertegenwoordiging en - misschien wel nog belangrijker - een structurele genderdatakloof.
Het belang van data
Een inclusievere en dus accuratere benadering van dataverzameling is essentieel om ruimtes en beleid te ontwerpen die werken voor iedereen. Dat betekent dat we afstand moeten nemen van de valide man als “standaardgebruiker,” maar ook dat we beter moeten nadenken over welke data we verzamelen en waarom. We mogen de ene blinde vlek niet vervangen door een andere. Vandaar is er groeiende aandacht voor data feminism, waarbij niet enkel gepleit wordt voor meer gender uitgesplitste data, maar ook voor erkenning van intersectionele identiteiten en de machtsverhoudingen die bepalen welke data wel of niet worden verzameld en meegeteld.
Ook wanneer het over wandelen gaat, kunnen ervaringen rond veiligheid, comfort, en noodzakelijke voorzieningen sterk verschillen naargelang gender en andere kenmerken. Zelfs de trajecten die we afleggen verschillen vaak afhankelijk van de rollen, verantwoordelijkheden, en beperkingen die we dragen. Hoe meer we deze verschillende ervaringen kunnen verzamelen en in kaart brengen, hoe beter we kunnen pleiten voor een stad die voor iedereen werkt.

Initiatieven in onze stad
In Brussel is er bijvoorbeeld het citizen science project Moment van de VUB. Via een app kunnen deelnemers in real time hun gevoelens van (on)veiligheid aangeven - op verschillende locaties en momenten van de dag. Belangrijk is dat ze ook kunnen aangeven welke elementen in de publieke ruimte bijdragen aan dat gevoel van (on)veiligheid.
Deze gegevens kunnen helpen om beter te begrijpen hoe ervaringen verschillen naargelang factoren zoals gender, leeftijd, en handicap, maar ook welke gedeelde oplossingen te vinden zijn voor een veilige en uitnodigende publieke ruimte.
Een ander initiatief was de enquête van Brussels Girls Run Club, in samenwerking met Run Her Way. Hun bevraging van vrouwelijke en non-binaire lopers eerder dit jaar resulteerde in een sterke storymap, die verschillende ervaringen en looproutes in beeld brengt, maar ook laat zien waar deze loopsters effectief nood aan hebben.
Opvallend is dat het vooral om heel concrete ruimtelijke ingrepen gaat: betere verlichting, toiletten en waterpunten, en beter onderhoud van looproutes staan bovenaan de lijst. Gerichte ingrepen die uiteindelijk iedereen ten goede komen.
Bij Walk verwelkomen we deze initiatieven die ons inzicht in de ervaringen van wandelaars en lopers in Brussel verbreden.
Wil ook jij jouw ervaringen als voetganger delen? Vul dan voor 31 oktober 2026 de landelijke voetgangersbarometer in.
Want data is macht, en wat we meten, kunnen we veranderen.


